Respect voor ander­mans wereld­model

Hoe anderen ook denken en handelen, als wij respect hebben voor hun ‘wereldmodel’ (hoe zij in het leven staan), dan ontstaat er een vergevingsgezinde wereld. Prachtig toch?
Mocht de ander nog niet zo ver zijn en wij volharden in onze respectvolle houding, dan krijgen wij gegarandeerd het respect een keertje terug. Volharden dus, dan komt het een keer allemaal goed.

Zo zijn wij bij ons, inmiddels traditionele, bezoek aan Cirque du Soleil, de plek waar mensen dingen doen die je niet voor mogelijk houdt, waar alles klopt, waar alles is, in totale balans, zoals wij dat graag zouden willen.

Superlatieven heb ik niet meer, om te beschrijven wat daar allemaal gebeurt, op het puntje van een toch al klein stoeltje zitten wij met de mond open te kijken naar de verrichtingen van de artiesten.

In de pauze even frisse lucht halen, de benen strekken en ik sta voor de plascontainer, zelfs die ziet er perfect en uitnodigend uit. Op het moment dat ik de twee treden wil betreden komt er een man van middelbare leeftijd aangelopen, duwt mij, met mijn 101 kilo en al, opzij, mij in verbazing over zoveel lompheid, achterlatend.
Ik sleur hem aan zijn capuchon terug uit de container, duw hem met zijn gezicht in de dichtstbijzijnde vuilbak en ga bovenop hem zitten, net zo lang tot hij zijn plas laat lopen.
“Zo, als je nou gewoon op je beurt had gewacht, was dit niet gebeurd”.
Het lucht hem op, want hij is zijn plas kwijt, verder is er verbazing over wat hem is overkomen en natuurlijk de afdruk van de vuilbak in zijn gezicht.

Na de pauze is er een act met een hyperlenige jongedame die capriolen uithaalt, waardoor regelmatig de adem van het gehele publiek, toch zo’n 1500 mensen, stokt.
Behalve één mevrouw, die recht tegenover mij zit, aan de andere kant van de tent, die ongegeneerd foto’s maakt, mét flits.
Dus, de artiest met een grote spot op zich gericht, verder aardedonker en muisstil, afgewisseld door het flitsen van de camera, wat achteraf een telefoon blijkt te zijn.
Ik spring op, ren dwars door het publiek naar de overkant, glij onderweg nog een keer uit, mijn scheenbeen bezerend en beland voor de stoel van de fotograferende mevrouw, nou ja, een ordinair wijf van midden dertig, dat kon ook niet anders.
De telefoon nog in de aanslag voor de volgende foto, ruk ik uit haar handen en in één beweging duw ik haar achterover van het kleine stoeltje af, waardoor zij onder in de tribune belandt, met een geluid, waarbij er geen misverstand kan bestaan over het feit dat dát wel pijn gedaan moet hebben.
De telefoon, daar zorg ik wel voor, is als telefoon niet meer herkenbaar.

Dat bedoel ik, respect voor andermans wereldbeeld.
Natuurlijk heb ik de man niet bewerkt met de vuilbakdeksel, noch de vrouw geduwd, de telefoon is ook verder niets meer mee gebeurd, het is maar fantasie.

En zolang ik dit soort fantasieën heb, heb ik nog een weg te gaan om respect te hebben voor ieders wereldmodel, ik weet in ieder geval wel waar ik nog aan kan ‘werken’.